Je ziet het overal terug in jaarverslagen, analistenrapporten en beleggingsboeken: ROIC. Vier letters die volgens sommigen het verschil maken tussen een goed bedrijf en een uitzonderlijk bedrijf.
Toch voelt het voor veel beginnende beleggers als een technisch begrip. Iets voor spreadsheets en financiële modellen. Terwijl het in essentie een eenvoudige vraag beantwoordt: wat doet een bedrijf met het geld dat het krijgt?
In dit artikel verkennen we samen wat ROIC is, waarom het zo belangrijk is in fundamentele analyse en hoe je het zelf kunt begrijpen en berekenen.
Wat is het belang van ROIC?
Een blik op twee fictieve bedrijven maakt snel en makkelijk duidelijk waarom ROIC belangrijk is:
- Bedrijf 1: heeft 1 miljoen aan kapitaal en maakt daar elk jaar 50.000 euro winst mee
- Bedrijf 2: heeft 1 miljoen aan kapitaal en maakt daar elk jaar 200.000 euro winst mee
Als je één van de twee bedrijven moet kiezen om in te investeren, kies je intuïtief het tweede, want dat maakt meer winst dus doet fundamenteel iets beter. Dat verschil is waar ROIC over gaat.
ROIC staat voor Return on Invested Capital. Vrij vertaald: het rendement dat een bedrijf behaalt op het kapitaal dat het heeft geïnvesteerd. Voor waardebeleggers cruciaal, want hoe meer winst er op de investeringen gemaakt wordt, hoe meer waarde er gecreëerd kan worden.
De formules achter het begrip
Hierbij de formule:
ROIC = NOPAT / Geïnvesteerd kapitaal
- NOPAT staat voor Net Operating Profit After Taxes. Een moeilijk begrip voor de operationele winst na belasting.
- Geïnvesteerd kapitaal: Dat is het kapitaal dat nodig is om de activiteiten draaiende te houden. Bijvoorbeeld eigen vermogen, schulden, vastgoed, machines,..
Je wilt weten hoeveel kapitaal er vastzit in het bedrijf om die winst te kunnen genereren. ROIC vertelt je vervolgens hoeveel rendement daaruit voortkomt.
Wat is een goede ROIC?
Dit is sterk sector afhankelijk. Vaak wordt een goede ROIC afgezet tegen de WACC (Weighed Average Cost of Capital)
Klinkt allemaal opnieuw heel moeilijk, maar dat is het niet. Neem volgend voorbeeld:
Je leent 10.000 euro om een investering te doen waar je 12% rendement op haalt. Om deze lening aan te gaan, betaal je 6% rente. 6% is jouw WACC.
Je hebt in deze situatie 600 euro verdient. Je rendement was namelijk 1.200 euro , waarvan je 600 aan rente betaalde. Met andere woorden: je creëert waarde door de investering die je deed.
In de situatie dat je rendement 6% was, verdiende je niets op de investering. Je creëert dus geen waarde. Als het onder de 6% gaat, vernietig je zelfs waarde. Dat wil je al zeker niet.
Een hoge ROIC staat vaak gelijk aan een sterke MOAT
Bedrijven met structureel hoge ROIC hebben vaak een concurrentievoordeel en/of pricing power. Ze kunnen de prijzen bepalen, zonder klanten te verliezen. Zeker bij hoge inflatie zijn dit vaak weerbare bedrijven.
ROIC gecombineerd met groeimogelijkheden: het sneeuwbaleffect
Stel dat een bedrijf een ROIC van 25% behaalt. Dat is indrukwekkend.
Maar wat als het bedrijf nauwelijks nog groeimogelijkheden heeft? Dan kan het die hoge rendementen moeilijk blijven herinvesteren. Dan gaat men in de praktijk vaak hoge dividenden uitkeren, wat op zich ook interessant is.
Wat mij betreft zit de echte kracht in de combinatie van een hoge ROIC & veel mogelijkheden om het rendement opnieuw te investeren. Dan ontstaat het compounding effect: winst wordt opnieuw geïnvesteerd. Die investeringen leveren opnieuw hoge rendementen op. En dat herhaalt zich.
Dat is hoe sommige bedrijven over lange periodes enorme aandeelhouderswaarde creëren.
Een hoge ROIC is positief, maar je moet begrijpen waar die vandaan komt. Een tijdelijk voordeel kan de cijfers vertekenen. Kijk naar meerdere jaren om patronen te herkennen.
ROE staat voor Return on Equity en kijkt enkel naar het rendement op eigen vermogen. ROIC houdt ook rekening met schulden en geeft daardoor een vollediger beeld van de totale kapitaal efficiëntie.
Boekhoudkundige keuzes kunnen invloed hebben op de berekening. Daarom is het verstandig om de jaarrekening grondig te lezen en meerdere bronnen te raadplegen.
